Toen wij in 2021 de vraag kregen om een lespakket te ontwikkelen vanuit het perspectief van neurodiversiteit, moest ik deze term opzoeken. Ik dacht te weten dat het iets met ADHD of autisme te maken had. Maar veel verder kwam ik nog niet. Ook merkte ik dat het woord neurodiversiteit, ook nu in 2026 nog overigens, regelmatig verkeerd wordt gebruikt. Terwijl er een prachtige en belangrijke visie achter dit woord schuilgaat, belangrijk onder meer voor de ontwikkeling van kinderen, onderwijs en onze samenleving.

Graag beschrijf ik in dit artikel mijn favoriete definitie van het woord neurodiversiteit en waarom deze manier van denken, juist ook voor opgroeiende kinderen, zo belangrijk is.

Wat is neurodiversiteit?

Mijn favoriete definitie van neurodiversiteit is simpel. Neurodiversiteit[1] betekent eenvoudigweg dat er verschillen zijn tussen de breinen van mensen. En dat mensen dus ook allen verschillen in hun manier van denken, leren, ervaren en reageren. Het standaardbrein bestaat niet. Net zoals er geen standaardmens bestaat. Iedereen is ‘even’ anders. Zoals we biodiversiteit en culturele diversiteit hebben, zo is er ook sprake van diversiteit in breinen en dat noemen we neurodiversiteit. Oftewel: Ieder brein is ‘even’ anders.

Neurodiversiteit als perspectief: gelijkwaardigheid, diversiteit en inclusiviteit

Waarom is het perspectief van neurodiversiteit nu zo belangrijk? Vanuit neurodiversiteit bekeken is het dyslectische brein of het ADHD/ADD of autisme brein een breinvariant. Door álle breinen als divers te benaderen wordt denken in gelijkwaardigheid en inclusiviteit bevorderd. En dan horen woorden zoals ‘stoornis’, ‘afwijking’, ‘aandoening’ of ‘beperking’ daar niet langer bij. Ik herinner me nog als de dag van gister dat mijn dochter, die als 10-jarige positief met haar dyslexie omging, en zich hier meer in ging verdiepen, beteuterd opmerkte: ‘Mam, hier staat dat ik een stoornis heb, dat klinkt wel heel erg heftig!’.

Neurodiversiteit als perspectief normaliseert neurologische variaties zoals ADHD, ADD, autisme en hoogsensitiviteit en beschouwt deze niet als stoornissen, maar als natuurlijke verschillen in het brein[2]. Dit voorkomt stigmatisering en bevordert waardering voor diversiteit. Gelijkwaardigheid, diversiteit en inclusiviteit als vertrekpunt. Belangrijk voor kinderen en hun identiteitsontwikkeling, opgroeien vanuit het idee dat iedereen ‘even’ anders is.

Aandacht voor breinvariatie: neurotypisch en neurodivergent

Dit neemt niet weg dat aandacht voor breinvarianten, echter vanuit het perspectief van neurodiversiteit, belangrijk is. Neurodiversiteit gaat uit van neurotypische en neurodivergente mensen.

Bij mensen met een neurotypisch brein, werkt het brein op de meest voorkomende manier. Als iemands brein prikkels op een andere manier verwerkt dan het dominante neurotype, noemen we dat neurodivergent. Divergent komt uit het Engels, waar divergent letterlijk ‘afwijkend van de norm’ betekent. Naar schatting is minimaal 20% van de (Nederlandse) bevolking neurodivergent, alleen al op basis van diagnoses[3]. Dit percentage ligt in de praktijk hoger. Lang niet iedereen weet namelijk dat die neurodivergent is of heeft een diagnose. En hoogsensitieve personen zijn hierin nog niet meegerekend, aangezien dit geen officiële diagnose is. Dit geldt ook voor beelddenkers. Daarnaast is er geen wetenschappelijke definitie van neurodivergentie en wat er precies onder valt.

Neurodiversiteit en sociaal-emotionele ontwikkeling

De benadering van neurodiversiteit nodigt uit om te kijken naar het totaalbeeld van de capaciteiten van een persoon. Het stimuleert met open blik nieuwsgierig te zijn naar jezelf en de ander: wat zijn krachten, uitdagingen en waaraan hebben jij en de ander behoefte? Een belangrijke invalshoek juist ook tijdens het opgroeien van kinderen voor een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling, zeer kort samengevat: wie ben ik, wie is de ander en hoe gaan we met elkaar om?

Neurotypisch is de norm: verandering is nodig

Onderscheid maken tussen neurotypisch en neurodivergent, lijkt haaks te staan op het idee van ‘ieder brein is ‘even’ anders’, mensen hebben nu eenmaal verschillen en overeenkomsten en het standaardbrein bestaat niet. Dat klopt ook. Om de volgende redenen is deze indeling echter toch van waarde.

Met name omdat het belangrijk is om te beseffen, en hiervan worden we ons steeds bewuster, dat onze samenleving en ons onderwijs nog te veel is ingericht op het neurotypische brein. Op de neurotypische norm. Aan diversiteit in denken, doen, ervaren, oftewel een neuro-inclusieve samenleving en neuro-inclusief onderwijs wordt nog onvoldoende ruimte gegeven. Het is een uitdaging voor neurodivergente leerlingen om zich te handhaven in het huidige onderwijs, dat ‘passend’ wil zijn. Daarbij komt dat overprikkeling een kenmerk van onze huidige samenleving is geworden en dit voor neurodivergente mensen veelal een extra uitdaging is om zich te handhaven en mentaal gezond te blijven.

De tweede reden dat de indeling neurotypisch en neurodivergent relevant is, is omdat het nog altijd belangrijk is meer te leren en te willen weten over neurodivergente breinvarianten en hun behoeften. Een diagnose zoals ADHD/ADD kan bevrijdend en helpend zijn, omdat het inzicht en begrip geeft over denken, doen en ervaren. Erkenning en houvast voor de persoon zelf en voor diens omgeving. Tegelijkertijd kan een kwalificatie zoals ADHD een stigmatiserend effect hebben, dan wordt het als ‘lastig label’ ervaren. Dit is een genuanceerd evenwicht en behoeften zijn per persoon en situatie verschillend.

Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor het belang van een neuro-inclusieve samenleving en onderwijs. Bewustwording hiervan groeit. En daarmee de behoefte van onder meer leerkrachten, leerlingen, ouders, zorgverleners, IB-ers en RT-ers voor meer kennis en handvatten. Naast alle mooie en goede begeleiding die er is en de energie die menigeen hierin steekt. Kortom: meer wetenschap, kennis, onderzoek, bewustwording, samenwerking, concrete handvatten en inzet voor neuro-inclusief onderwijs en een neuro-inclusieve samenleving optimaal vormgeven heeft nog een weg te gaan.

Het belang van neuro-inclusief onderwijs voor nu en de toekomst

Met het gedachtengoed en (te beginnen met) het lespakket ‘Iedereen is ‘even’ anders’ willen we graag bijdragen aan een toekomst van neuro-inclusief onderwijs waarin alle neurodivergente leerlingen gewaardeerd, geaccepteerd en omarmd kunnen worden. Waarin kinderen op jonge leeftijd spelenderwijs leren én open kunnen zijn over hun neurodivergentie en waarin ze zichzelf kunnen zijn en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Maar zeker ook in een sociale context die hiervoor ruimte biedt. Met (meer) nadruk op een contextgerichte aanpak, begrip en sociale acceptatie. Dit is in onze visie namelijk niet alleen goed voor neurodivergente leerlingen, maar voor alle leerlingen. Jong geleerd is jong én oud gedaan. Niet alleen voor ons onderwijs van nu maar ook voor de samenleving van de toekomst.

In vervolgartikelen zal verder worden ingegaan op een neuro-inclusieve schoolomgeving. Wil je hieraan bijdragen met informatie of inspiratie? Of heb je een vraag, mening of behoefte die je wil delen? Neem dan contact op: maartjevanosch@iedereenisevenanders.nl

[1] Bron: Impuls & Woortblind; https://impulsenwoortblind.nl/neurodiversiteit/wat-is-neurodiversiteit/
[2] Bron: Honeybourne, 2020.
[3] Bron: Schepers, 2025

03/03/2026

Share
Maartje van Osch

Maartje van Osch is psychologe, en heeft met haar bedrijf FamilyFactor als missie: bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren, ouders en onderwijs in de context van de behoeften van de maatschappij’. Zij is medegrondlegger van het lespakket ‘Iedereen is ‘even’ anders’.